10-10-07

[ Stadstaferelen II ]

In onze stad loopt er zo'n vrouw rond. Een vrouw met zakken.

Al jaren is ze een raadsel voor me. Sinds die eerste keer dat ik haar tegenkwam. Dat was in de winkelstraat, en ze vroeg me om eventjes één van haar vieze, plastic supermarkttasjes vast te houden. Toen, die dag, dat moment, is ze me opgevallen. En is ze me blijven opvallen.

Je komt haar overal tegen. In het midden van de drukke winkelstraat, op de bus, in de sociale woonwijk, aan de tramhalte. En waar je haar ook tegenkomt; ze draagt steeds een lange rok, een regenjas en wel zeven plastic zakken. Wat is dit voor iemand?

En ze is niet zoals die man. De man met de zakken. Hij is steeds te vinden in de grootste straat van onze stad. Of het verlengde ervan. Ook hij draagt steeds erg veel zakken met zich mee. Maar hij is onverzorgd, ongekamd, ongeschoren, ongewassen. Ik vrees dat hij geen huis heeft. In tegenstelling tot haar.

Ook is ze niet zoals die andere man. Die man die tegen zichzelf praat. Op een keer zat hij tegenover mij in de bus. En ik vond het bijzonder verwarrend, zo iemand die alles wat hij denkt -zonder er controle over te hebben- ook uitspreekt. Ik vrees dat hij woorden teveel heeft. In tegenstelling tot haar.

Ze is iemand die niet meer dan het hoognodige zegt. En iemand die nooit lacht. Gezichtspieren blijven op eender welke manier ongebruikt. Mede daardoor kan ik helemaal geen vat krijgen op wat voor een persoon er achter de vrouw met de zakken schuilt. En nog minder op wat de bedoeling is van die zakken.

Zoals elke psycholoog wel zal kunnen bevestigen met één of andere theorie; onbegrip is de voedingsbodem voor angst. Onbegrip én donkere, nachtelijke straatjes waarin je alleen loopt. En waarin onbegrijpbare vrouwen met veel zakken plots weer op je pad opduiken. En waarin ze stilstaan onder het vale schijnsel van een lantaarnpaal. En waarin ze op je staan te wachten onder dat vale schijnsel van die lantaarnpaal.

Ik moest die kant op. Wat kon ik doen? Op mijn gemak was ik niet. En waarom liep ze toch niet door? Was dit gevaarlijk? Zou iemand weten waar ik het laatst geweest was? Wat er met me gebeurd was? Wat was dit voor situatie?

'Zou u me kunnen helpen?' Nors, bijna kwaad klonk haar stem. Ik help graag mensen, maar ik vond dit maar verdacht. 'Euhm..' Twijfel. 'Mijn tas is daar aan de overkant van de straat omgevallen, ik sta hier al een hele tijd te wachten, ik kan 'm niet opheffen, mijn knieën..' Nog nooit had ik iemand die om hulp verzocht zo boos, bijna bestraffend horen spreken.

Ik heb haar geholpen. Ben naar de overkant van de straat gegaan, heb haar het omgevallen onding teruggegeven. Min of meer verwachtte ik dat ik plots onder schot gehouden zou worden. Of aangevallen door een meute uitgehongerde honden. Dit gebeurde echter niet. En omdat elke verwachte enge gebeurtenis uitbleef, kan ik haar nu nog minder vatten dan ooit.

Wat schuilt er achter iemand die om om half twaalf 's nachts blijft wachten op een voorbijganger, om één van haar waardeloos uitziende zakken terug te geven? En wat schuilt er dan achter die plastic tassen? Vragen, veel vragen in een stad.

23:46 Gepost door Pam* | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

ahja die vent heb ik ook al gezien! Hij slaapt heel veel in de inkomhal van de Inno! Zo ne zwerver!
groetjes

Gepost door: Ourlipsaresealed | 13-10-07

De commentaren zijn gesloten.