09-09-07

[ Paars ]

Het begint allemaal met uren wachten en frustraties. Daarna; een kort telefoontje dat me helemaal doet opbloeien. Slechts vijftien minuutjes later bevind ik me op een trein, opgelucht en met een brede glimlach. Kort daarop sluit ook mijn gezelschap zich bij me aan. 

Als de trein op de juiste plaats in ons Belgenlandje stopt met rijden, stappen we gezwind uit. Eindelijk. Treinen vraagt soms toch veel van je geduld. We beginnen te wandelen. We blijven wandelen. We beginnen te zoeken. En we vinden. Aankloppen en aanbellen. Alles tegelijk. Niets is ons teveel.

Een enthousiaste ontvangst. Meer gezelschap. Een muffe, duffe ruimte. Maar wat kan daar plezier gemaakt worden! Lachen, liggen, drinken, knabbelen, herinneringen oprakelen, plannen smeden, plagen, spelen, filosoferen, het kind weer naar boven halen, kennis opdoen en hersencellen doden.

En als we van dat alles genoeg krijgen, als onze longen te warm zijn van de verzadigde lucht, dan is er vuurwerk. Duizende kleuren, maar vooral harde donderklanken. Geluid dat nog harder is dan de gebruikelijke dreunen, doordat ze drievoudig weerkaatst worden in de nauwe staatjes van de binnenstad.

Na het vuurwerk trekken we dieper de stad in. Zij aan zij en achter elkander stappen we over de donkere straatstenen. In de verte flikkeren de lichtjes van een kermis. Brabbelen de stemmen van nachtelijke terrasjesmensen. We stappen dapper dichterbij, en mengen ons in het geroezemoes van het plein en de omringende tenten.

En het leven is mooi. Oude deugden op de kermis, vettig voedsel op het terras, meezingers in het café, een glas teveel in de danstent, liefde aan het stadhuis, vechters voor de frituur. Maar dan hebben we genoeg gezien, en we keren terug.

We keren terug naar voor het nachtelijke stadsgedruis, naar voor het vuurwerk. Terug naar waarmee we deze avond begonnen. Terug naar het muffe, overbevolkte kot. Terug naar de gezelligheid, de kussens en de drank. De uren rennen voorbij op de klok. De nacht verstrijkt, en ruimt plaats voor het ochtendgloren.

Maar dan was het geschikte moment gekomen om ons te laten overmeesteren door onze slaap. En toen dat moment gekomen was, nam ik trouw mijn plaats in, in zijn armen. We zuchtten diepe zuchten en sliepen de dag voorbij.

23:34 Gepost door Pam* | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.