01-09-07

[ 1 & 2 ]

Hij 1
Ze zit achter haar bureau. Er is niemand anders in de kamer. Er is niemand anders buiten de kamer. Er is niemand anders. Waar is hij? En wat doet hij nu? Waarom is hij nooit hier?
Ze zit achter haar bureau. Haar vingers dwalen doelloos over de letters op haar toetsenbord. Haar ogen flitsen over het scherm, van het ene beeld naar het andere woord.
Ze zit achter haar bureau. Ze buigt zich naar de boxjes toe, knipt het knopje op 'aan'. Muziek. Muziek is herinneren. En met de noten rollen de tranen langs haar kaken.

Hij 2
Ze ziet hem staan, bij het water. Lachend, gebogen, rijkend naar de vrolijke hond. Hij kijkt naar haar op. Alle woorden rollen langs haar ogen. Alle woorden die ze sinds die vijf jaar uitgewisseld hebben. En dat beeld, het eerste en laatste dat ze van hem had. Een jongen nog. En zijn een nog kleiner meisje. Maar nu is alles anders. Nu speelt hij met een hond. Nu behoort zij tot een ander. Nu begrijpen ze dat ze elkaar altijd begrepen hebben.

 

19:35 Gepost door Pam* | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.