01-09-07

[ 1 & 2 ]

Ze stampt de pijn kapot. Stampt haar hielen kapot. Ze slaat haar armen om zichzelf heen, en glijdt met haar rug tegen de muur, omlaag, lager, laagst. Neergezakt zit ze tegen de muur, op de koude grond. Haar armen blijft ze stevig om zich heen klemmen, in een poging de pijn de kop in te drukken.


Hij 1
Zij zit alleen achter haar bureau. Haar vingers dwalen doelloos over de letters  van het toetsenbord. Haar ogen flitsen over het scherm, van het ene beeld naar het andere woord. Waar is hij? Wat doet hij? En waarom is hij nooit hier? Waarom is hij nooit hier als zij hem nodig heeft? Ze rekt zich uit, grijpt naar de boxjes, knipt het knopje op 'aan'. Muziek. Maar muziek is herinneren. En samen met de tonen rollen de tranen over haar wangen.

Hij 2
Zij ziet hem staan, aan het water. Lachend, gebogen, rijkend naar de vrolijke hond. Hij kijkt naar haar op. Alle woorden rollen aan haar ogen voorbij. Alle woorden die ze in die vijf jaar hebben uitgewisseld. En het eerste beeld, dat ook. Het eerste en enige beeld dat ze van hem had. Hij nog een jongen, zij een nog kleiner meisje. Nu speelt hij met de hond, en behoort zij aan een ander toe. Nu begrijpen ze, dat ze elkaar altijd hebben begrepen.


Ze wrijft ruw langs haar ogen en wangen, staat op van de harde stenen. Dan klopt ze haar broek af, neemt haar tas en begint te rennen. Hard, heel hard, alsof ze wordt achtervolgd. Maar ze rent niet weg, ze rent erheen. Ze rent naar het station. En van daaraf zal ze rennen naar die andere stad. Naar de enige vreugde, de enige glimlach, de enige vrolijkheid, het enige begrip. Ze rent naar Hem.

Hem 2.

20:21 Gepost door Pam* | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.